https://open.spotify.com/episode/39gH7ll5Hek7vr1OgLp8fG?si=0e4cb9ba0b6f4668
<aside> 🎙️ De inflatie in de eurozone loopt op tot inmiddels boven de vier procent. In deze aflevering analyseren we het begrip als geheel en het monetair beleid, maar ook wat je daar als belegger mee moet. Hoge inflatie kan namelijk aandelenkoersen beïnvloeden of voordelen opleveren voor bijvoorbeeld kapitaalintensieve bedrijven. Daarnaast maakt Dennis onderscheid tussen groei- en waardebedrijven. In het nieuws: het vertrek van Shell en de beursgang van bol.com.
</aside>
Vorige week hoorden jullie mij enthousiast zijn over de Willie Wortels van dieselfilterbouwer Johnson Matthey. Maar tot mijn grote verbazing kwam de dag na de opname een bijzondere boodschap van Johnson Matthey tot ons: zij stoppen met de ‘battery materials’.
Johnson Matthey is al vanaf 2015 bezig om deze technologie te ontwikkelen. Dat er nu een plotselinge draai is van ‘optimistisch’ naar ‘geen economische waarde’ is erg vreemd. Zo’n grote draai heb ik zelden meegemaakt bij bedrijven. Het afgelopen kwartaal was de CEO van Johnson Matthey zelfs nog optimistisch.
Nu stapt ook hij op. Het onverwachts mislukken van de technologie en het opstappen hangt natuurlijk met elkaar samen. Dat is echt een rode vlag. Mijn uitgebreide update van dit nieuws kan je lezen op dennisemmelkamp.nl of in de community van Jong Beleggen.
Vorige week hebben we al even gesproken over inflatie en het nieuwsbericht over Klaas Knot. Hij waarschuwt dat de hoge inflatie langer kan aanhouden. Vandaag gaan we er dieper op in. Inflatie en rente zijn onderwerpen die de afgelopen tijd vaak in het nieuws zijn. Er hangt namelijk veel onzekerheid omheen. De experts zijn het oneens over de voorspellingen, de oorzaak, de risico's en de aanpak ervan. Zelfs onder wetenschappers en economen is geen consensus over hoe we om moeten gaan met inflatie. Best lastig dus. Maar wat moet je daar als belegger nou mee?
We meten inflatie door de prijzen te volgen van een mandje consumentengoederen: de consumenten prijs index (CPI). Dat mandje wordt bepaald door te kijken waar we gemiddeld ons geld aan uitgeven. Hoe het mandje eruit ziet wijzigt dus door de tijd heen.
Er is best wat discussie over hoe we die inflatie nou moeten meten. De CPI in de VS wordt bijvoorbeeld gecorrigeerd voor producten die minder worden gekocht door prijsstijgingen. Die productgroep gaat dan minder zwaar wegen. Maar ook als de kwaliteit van een product wijzigt, wordt de weging aangepast. Dus als iets duurder wordt en de kwaliteit gaat evenveel omhoog, dan kan je stellen dat je niet 'meer' betaalt. Je krijgt namelijk ook meer. Zo kan je over elk onderdeel van inflatie en het meten ervan wel een discussie starten. Die discussie is voor ons als beleggers wat mij betreft niet zo interessant. Het gaat er vooral om wat de trend is en welke prijzen precies stijgen.
Het is ook goed om inflatie in tweeën te delen. De ene inflatie is de andere niet namelijk. Grofweg zijn er twee soorten. Kosteninflatie en bestedingsinflatie. Soms wordt dat een kip - en eidiscussie. Kosteninflatie is het makkelijkst uit te leggen met Shell als voorbeeld. Gaan de olieprijzen omhoog, dan stijgt benzineprijs aan de pomp ook. Kosteninflatie dus. Shell berekent de kosten van de hogere inkoop door aan de consument. Van bestedingsinflatie is sprake wanneer er meer vraag is dan aanbod. We zien dit nu in de autoindustrie. Er zijn te weinig chips. Daardoor produceren we 'te weinig' auto's en dus verhoogt men de verkoopprijzen.
Met deze voorbeelden zie je dat het voor beleggers eigenlijk altijd maatwerk is. Welke prijzen stijgen? Wat doet het met de business, de inkoopprijzen en de verkoopprijzen? Dan kom je al snel terecht in competitief voordeel. Het is de vraag of de business in staat is zijn voordeel er mee te doen.
Bij deflatie heerst het beeld dat we dat ten alle tijden moeten voorkomen. Maar als je daar goed over nadenkt is dat best gek. Stel, alles wordt elk jaar 1% goedkoper: je boodschappen, de TV, je vakantie en je auto. Dan kan ik geen enkel argument verzinnen om hier tegen te zijn.
Er zit ook economische logica in deflatie. Als we technologisch sterk ontwikkelen dan gaan we sneller en goedkoper produceren. We worden steeds efficiënter en dat zorgt voor dalende prijzen. We mogen best een beetje 'aardiger' zijn voor deflatie. Hoe meer je de economisch 'goede' deflatie hebt, hoe beter. Dan kan er namelijk meer geld in de economie gestopt worden. Dat geld zorgt weer voor versnelde economische groei. Zolang de inflatie niet de overhand krijgt, is dat wat mij betreft een prima variant.
Maar er bestaat ook 'slechte' deflatie. Als er economische tegenwind is en men kan de producten niet meer verkopen, worden prijzen verlaagd om toch afzet te creëren. Dat is geen gezonde situatie. Als de prijzen dalen, dan gaat er bezuinigd worden en verliezen mensen hun baan. De uitgaven van mensen worden dan weer lager, en dan zitten we in een negatieve spiraal.
Leuk weetje: van de 17e tot de 20e eeuw was er in de wereld per saldo geen inflatie. In het kader daarvan heb ik een boekentip. De Nederlandse macro-econoom Edin Mujagic heeft "Geldmoord" geschreven, een heel interessant boek over inflatie. Ik moet er wel bij zeggen dat hij ook in een 'kamp' zit. Hij is niet zo'n fan van inflatie en het pompen van geld in de economie.
De kern van zijn betoog in één plaatje:
