https://open.spotify.com/episode/1YfRRY4QSbMbQbSRdgF572?si=00f9995c5de04a91

<aside> 🎙️ Het klinkt leuker dan het is. Met een fonds dat de index ‘knuffelt’ wordt namelijk bedoeld dat de aandelenportefeuille nauwelijks verschilt van een passieve index. Dus waar betaal je dan voor? Het inspireerde Pim tot het analyseren hoe zijn eigen portfolio verschilt van de benchmark waarmee hij zich vergelijkt, een All World-ETF. En dat gaf hem belangrijke inzichten. Verder: een bespreking van de vijf belangrijkste beleggerslessen van Nick Sleep, en we moeten het hebben over hét gesprek bij de digitale koffie-automaat in Silicon Valley: ‘founder mode’ versus ‘manager mode’.

</aside>

We gaan het hebben over indexknuffelaars, klinkt dat niet gezellig! In de praktijk is het eigelijk niet zo netjes. Er worden hoge kosten gerekend voor nagenoeg geen waarde. Nu beleggen de meeste van jullie niet in fondsen dus is het onderwerp op dat vlak niet zo interessant. We kunnen het natuurlijk wel bekijken vanuit de particuliere belegger zelf, je bent tenslotte je eigen ‘fondsbeheerder’.

We gaan het hebben over het selecteren van de juiste benchmark en jouw actieve deel van je portfolio. Hoe meet je dat en wat moet je ermee? Ik zie mijzelf als een Bottom Up belegger. Mijn fundamentele analyse start altijd bij het bedrijf zelf. Deze benadering zorgt ervoor dat ik geen enkel oog heb voor de samenstelling van mijn benchmark. Goed om mijn portfolio keer langs mijn benchmark te leggen dus. Wat zijn de verschillen?

Wat wordt er bedoeld met index knuffelen?

De term is in het Engels bekend als index hugging. Het refereert naar fondsbeheerders die hoge kosten in rekening brengen via hun beleggingsfondsen maar nauwelijks de moeite doen om echt goede rendementen te behalen. In grote lijnen kopiëren ze de allocatie van de index. De deelnemers in het fonds betalen dan eigelijk voor niks. Ze weten vooraf al dat ze het slechter gaan doen omdat de kosten er nog vanaf getrokken moeten worden.

“I would argue that in a lot of the wealth advisory business, people are charging for skill and delivering closet indexization. In other words, nobody can stand being that different from the crowd and results. They’re afraid they’ll lose their fees. So, everybody does the same thing. It’s mildly ridiculous.” — Charlie Munger

In 2016 is de AFM met een onderzoek gekomen dat van de 85 aandelenfondsen die in Nederland gevestigd zijn, bij zeven fondsen (ofwel 8%) de beleggingsportefeuille niet significant afwijkt van de index die de beheerder tracht te verslaan. Het betreft hier dus ‘potentiële indexhuggers’. Volgens Michael Maubousssin is dit sinds de jaren 80 alleen maar toegenomen.

For the past 30 years, active share has been declining steadily for the mutual fund universe in the United States. For instance, the percentage of assets under management with active share less than 60 percent went from 1.5 percent in 1980 to over 40 percent today (2012).” — Michael Maubousssin

Om te bepalen of een portfolio gezien kan worden als een indexknuffelaar, wordt er gekeken naar de active share. Iets verder naar beneden leggen we uit wat dit precies inhoudt en hoe je het berekent. Over het algemeen wordt een active share van 60 procent of minder gezien als ‘closet indexing’ en een active share van 90 procent of meer geeft aan dat de portfolio manager daadwerkelijk een stock picker is.

Focus funds

Het tegenovergestelde van indexknuffelaars zijn de focus funds, deze worden ook wel ‘high conviction funds’ genoemd.

"If you want to beat a benchmark, you should not look like the benchmark.” — C.T. Fitzpatrick

Dit zijn fondsen die in een beperkt aantal aandelen beleggen. De mate waarin een fonds actief belegt – dus afwijkt van de index -, wordt gemeten aan de hand van het ‘actieve deel’ (active share). Door de regel genomen worden fondsen waarvan meer dan 60% van het belegde vermogen afwijkt van de index, gelabeld als conviction funds. Deze fondsen leveren bij een gelukkige greep een hoog rendement op maar de keerzijde van de medaille is dat ze een fors verlies incasseren, als de beheerder een minder gelukkige hand heeft.

Bij actief beleggen kan je kiezen tussen twee uitersten (en alles ertussenin). Als je een veilig fonds kiest dat dicht tegen de index aan belegt, kan je er gif op innemen dat deze fondsen, als ze bijvoorbeeld 1,5% kosten in rekening brengen, jaarlijks 1,5% op de index achterblijven. Op de lange termijn betekent dit een fors verlies ten opzichte van goedkope ETF’s.

“Index envy is not a route to outsized returns and at the end of the day it is blindingly obvious that our relative returns are what they are because we don’t own what everyone else is chasing.” — Nick Sleep

Morningstar heeft hier in 2016 onderzoek naar gedaan: Active Share in European Equity Funds. Zij analyseerden 456 Europese beleggingsfondsen over een periode van tien jaar, van 2005 tot 2015. Conclusie: fondsen met een active share van meer dan 60%, varieerden in hun rendementen van 6,7% positief tot 11% negatief. De genoemde percentages zijn de afwijkingen t.o.v. de index. De potentiële kans op een afwijkend resultaat gaat omhoog bij een hogere active share. Voor de duidelijkheid, dit geldt voor zowel de mogelijke winst als het potentiële verlies.

Core-Satellite beleggingsstrategie

Een handige manier om je active share te verlagen is door te gaan voor een core-satellite beleggingsstrategie. Het is natuurlijk erg lastig om je active share te verlagen vergeleken met de All World index met alleen losse posities. In die index zitten gewoon te veel posities.

82. Core-Satellite beleggingsstrategie | € 281.600